dinsdag 4 november 2008

over clementinekes en mandarinekes

Clementine (Citrus reticulata) ontleent haar naam aan pater Clement Rodier. Deze Franse missionair in Algerije hield vol dat hij in 1902 een nieuwe citrussoort had gecreëerd door Mediterrane mandarijn te kruisen met Sevillaanse sinaasappel.

Sceptische plantendeskundigen geloven eerder dat clementine net zoals mandarijn afkomstig is uit de Chinese provincies Gwangxi en Guangdong. Zeker is dat het een andere fruitsoort is dan mandarijn, met minder of geen pitten, stevigere partjes en dieporanje vruchtvlees.

Clementineboompjes zijn zelfbestuivend. En dat is maar goed ook, want na kruisbestuiving met andere citrusvruchten worden er toch pitten gevormd. Vandaar dat clementinekwekers niet zo goed kunnen opschieten met imkers. Gewoon een zakelijk probleem, hoor, niets persoonlijks…



Mandarijn (Citrus reticulata) komt net na sinaas in de rangorde van meest gegeten citrusvruchten. Dat was ooit anders. In het Chinese Keizerrijk raakten alleen topambtenaren, de Mandarijnen, vertrouwd met de smaak van mandarijnen. Met uitzondering van de Keizer zelf, natuurlijk. Voor gewone onderdanen bleef de vrucht buiten handbereid wegens te zeldzaam.

Mandarijn-boompjes zijn afkomstig van Zuidelijk China. Later bleek echter dat ze ook goed standhouden in gematigde streken. Een beetje vorst in de winter bevordert zelfs het rijpingsproces en kleurt de schil mooi oranje (ook citroen heeft koude temperaturen nodig om geel te kleuren). Maar de pigmentatie gebeurt doorgaans pas in een later stadium, wanneer de vruchten reeds geplukt zijn en in onze winkelrekken liggen.

Zoiets is slechts mogelijk door gebruik te maken van gekoelde transporten, een techniek die nog niet helemaal op punt stond in de Gouden Eeuw. Gedurende millenia bleef de mandarijn bijgevolg een exclusiviteit van de Chinezen. Schoorvoetend begonnen de Europeanen echter in de 19e eeuw zelf mandarijnboompjes aan te planten in het gebied rond de Middellandse Zee (de 'citrusgordel' strekt zich uit van 40 NB tot 40 ZB). En het werkte.

Spanje, Italië en Marokko zijn nu de grootste producenten in Europa. Spanje is vooral gekend voor zijn Satsuma's, dat is een Japanse, pitloze en zoete variëteit. Héél populair. Een andere variëteit is Miagawa. Die is niet zo populair. Het probleem: de schil blijft groen. Maar de smaak is voortreffelijk.



voila, dat weten we ook alweer ;-)

Geen opmerkingen: